Quasimodo:
Ik keek zo dikwijls naar
Een stel, een liefdespaar;
Hield ze vol afgunst in het zicht.
Ze leken door een gloed omgeven,
Ze liepen in een hemels licht.
Ik dacht zoiets is echt
Voor mij niet weggelegd,
Al vouw ik steeds mijn handen dicht.
Want geen gezicht, zo laag, zo lelijk,
Zal stralen in zo’n hemels licht.
Vanaf vandaag zal alles veranderen;
Ik werd getroffen door een bliksemschicht.
Een engel kuste mij,
Dus is mijn rust voorbij;
Ik luid de klokken, doe mijn plicht
En breng haar daarmee een bericht,
Omgeven door een hemels licht.
Frollo:
Beata Maria,
Ik ben een zeer rechtschapen man,
Sta als deugdzaam en oprecht te boek.
Beata Maria,
U weet mijn wil is sterker dan
De wil van het lage volk dat ik vervloek.
Waarom dan, Maria, zie ik steeds datzelfde beeld?
Dansend zet die vrouw mijn ziel in brand.
Ik voel haar, ik zie haar,
De zon die door haar haren speelt.
Ik heb mezelf niet meer in de hand.
Dit vuur zal me schroeien,
Een hitte die verzengt.
Wat doe je? Zie hoe je
Mij tot de zonde brengt.
Ik draag geen schuld.
Ik deed mijn plicht.
Het is die heks die mij
Alsnog te gronde richt.
De Heer onthult
Zijn hemels plan;
Hij maakt de duivel
Zoveel sterker dan de man.
Bescherm mij, Maria, bescherm mij in mijn zwakste uur,
Haar vlammen gaan me nu door merg en been.
Vervloek Esmeralda,
Verban haar naar het hellevuur
Of wijs haar toe aan mij en mij alleen.
Het vuur laait, de haan kraait.
Zigeunerin, vertel,
Kies mij of jouw uur slaat.
Ik stuur je naar de hel.
Heer, schenk haar genade.
Heer, schenk mij genade.
Maar zij wordt van mij of van de hel.