Het wonder dat je liefde noemt

Quasimodo:
Een wonder
Stel dat je lief, je lief heeft
Een wonder
Zij kijkt maar ze oordeelt niet
En stel dat zij m’n werkelijke ik doorziet

Niet zo zeldzaam toch, meestal
Want je vindt ’t overal...

Da’s het wonder dat je liefde noemt
Het wonder dat zich schuilhoudt in een lentedag
En plotseling tot bloei komt als bij toverslag
Wonderbaarlijk

Het wonder dat je liefde noemt
Een doodeenvoudig wonder maar het maakt je blij
En als je even knippert is het weer voorbij
Soms heel vluchtig

Het kan soms inslaan als de bliksem
Met warmte die je hart doorgloeit
Een kind kan heel lang nog een kleintje zijn
Maar ooit is hij volgroeid
En verliefd

Die vulkaan vol van emotie
Die orkaan, die oer-explosie
Laat geen keus

Ja verliefd
Vind ik liefde, zou dat kunnen
Of zou het lot me dat misgunnen
Zou het heus

Van alle grote wonderen
Ongrijpbaar, vol mysterie, klein of kolossaal
Verslaat de kracht die liefde heet de rest totaal

Dat, te zien en, te voelen, te kennen

Een wonder
Stel dat je lief, je lief heeft
Een wonder
Zij kijkt met haar hart naar mij

Een wonder, hoe bijzonder zou ’t nou niet zijn
Als, dat wonder dat je liefde noemt, neerdaalt op
Mij