Daarbuiten

Frollo:
De mens is wreed
En onverdraagzaam.
In deze stad kun je alleen op mij vertrouwen.
Wie anders is je vriend?
Ieder ander zou jouw aanblik vrezen.
Ik verzorg je dagelijks met plezier.
Hier kan ik bescherming bieden; deze plaats is heilig hier.
Blijf veilig hier.
Bedenk wat ik je geleerd heb, Quasimodo.

Je bent mismaakt.

Quasimodo:
Ik ben mismaakt.

Frollo:
Afschuwelijk lelijk.

Quasimodo:
Ja, ik ben lelijk.

Frollo:
Dat is een misdaad, vindt men. Wees God dankbaar dat ik
Me over jou ontferm.

Quasimodo:
Ik heb maar een beschermer.

Frollo:
Men ziet jou daarbuiten als een monster.

Quasimodo:
Ik ben een monster.

Frollo:
Buiten wacht vernedering en pijn.

Quasimodo:
Een lelijk monster.

Frollo:
Buiten wacht je spot en hoon en consternatie.
Buig voor mij, betuig je eer aan mij, …

Quasimodo:
Ik buig, heer.

Frollo:
Je heer en …

Quasimodo:
Ik buig neer.

Frollo:
Volg mijn advies; verkies …

Beiden:
Het leven hier.

Quasimodo:
Veilig achter balustraden,
Veilig achter steen,
Staar ik naar de mensen daarbeneden.
Ik zit hier verscholen; ik kijk urenlang alleen
Neer op een van ’s werelds grootste steden.
Ik onthoud die honderden gezichten.
Niemand kijkt omhoog of hoort mijn beden.
Heel mijn leven vraag ik mij al af hoe het zal zijn
Duizend treden daarbeneden.

Daarbuiten, als dat toch eens kon.
Een dag maar naar buiten uit dit bastion.
Die deur ontsluiten.
Buiten streelt de warme zon
Mijn huid. Dus ik lach en ik fluit,
Als het mag, een dag hieruit.

Daarbuiten bij de boeren, burgers, buitenlui, het volk.
Ik hoor praten, lachen, hoor ze zingen.
Daar zou ik een deel zijn van die eindeloze kolk
Waar ik al zo lang in wilde springen.
Dan ga ik met ze mee, dan sta ik daarbeneden.
Buiten, een dag daar te zijn, langs de Seine.
Buiten, en in de zonneschijn.
Voor een dag maar naar buiten
Daarna neem ik mijn besluit.
En kom ik vlug weer terug.
Geen gemok, geen gemuit; heus, de klok
Wordt geluid. Maar laat mij een dag hieruit.