Buiten

Frollo:
Hoe wreed en koel
Is deze wereld.
De mensen zijn een bende bange hypocrieten.
Ik ben je goede vriend.
Zij daarbuiten zullen van je schrikken
En je dan verjagen als een dier.
Blijf hier in het huis van God, waar alles goed en heilig is
En veilig is.
Vergeet niet wat ik je geleerd heb, Quasimodo.

Je bent misvormd.

Quasimodo:
Ik ben misvormd.

Frollo:
En je bent lelijk.

Quasimodo:
En ik ben lelijk.

Frollo:
De wereld heeft je niets dan narigheid te bieden.
Zie dat geen mens je vindt.

Quasimodo:
Ik heb geen andere vrienden.

Frollo:
Buiten zijn ze bang voor zulk een monster.

Quasimodo:
Ik ben een monster.

Frollo:
Niemand geeft om zo iemand een zier.

Quasimodo:
Een lelijk monster.

Frollo:
Waar je heen wil, kan ik niet meer voor je zorgen.
Blijf dus hier, mijn zoon. Geloof me.

Quasimodo:
Geloof u.

Frollo:
En beloof …

Quasimodo:
Beloof u.

Frollo:
Gehoorzaam te zijn; blijf veilig …

Beiden:
Binnen hier.

Quasimodo:
Ver verbannen boven
In mijn koninkrijk van steen,
Kijk ik naar de mensen daarbeneden.
Zij weten er niks van, maar ik ken haast iedereen;
Arm en rijk, notabelen en smeden.
Heel mijn leven draait om hoe zij leven,
Hoor ik hen en niemand ziet of hoort mij.
Heel mijn leven droom ik van die ene mooie dag
Dat ik vrij ben en dichtbij hen.

Daarbuiten, zomaar in de zon.
Geef me een dag buiten en ik ben gewoon
Een ander mens.
Daarbuiten, waar zij wonen zonder vrees
Voor elkaar. Kon ik maar
Voor een keer daarbuiten zijn.

Daarbuiten zijn de bakker en de wever in de weer;
Lopen ouwelui en jongelieden.
Zij zijn dat gewend en zij beseffen dus niet meer
Wat hun leven buiten hen kan bieden.
Kreeg ik mijn eigen zin, dan zou je mij wel zien,
Daarbuiten liep ik bij de Seine; op een ochtend
Buiten, dat zou toch zalig zijn.
Een beetje wandelen buiten
Alsof er geen einde kwam
Aan zo een dag. Dat het kan
Dat het mag, dat ik wandel en lach
Dat ik dan voor een keer daarbuiten wil.